BWBR0004607
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 84
Vissersvaartuigenbesluit
Lensinrichting ... 1 Elk gedeelte van een vaartuig, voor zover het Hoofd van de Scheepvaartinspectie het hiervoor vatbaar acht, en elke waterdichte afdeling die niet permanent is bestemd voor de berging van olie of water, moeten onder alle omstandigheden die in de praktijk kunnen voorkomen, ongeacht of het vaartuig recht ligt dan wel slagzij heeft, door de lensinrichting kunnen worden leeggepompt. Voor dit doel moet een hoofdlensleiding aanwezig zijn, waarop de lenspompen zijn aangesloten en die is voorzien van de nodige afsluiters en zuigpijpen naar lenskorven in de afdelingen die moeten kunnen worden lensgepompt. De plaatsing van de lenspompen en de ligging van de lensleiding moeten zodanig zijn, dat een goede werking onder alle vorenbedoelde omstandigheden is gewaarborgd. 2 De lenskorven moeten als regel in de zijden der afdelingen zijn aangebracht. In smalle afdelingen kan, dit ter beoordeling van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie, met één lenskorf worden volstaan, terwijl deze in afdelingen van bijzondere vorm extra lenskorven kan eisen. 3 Voorzieningen moeten worden getroffen, opdat in een afdeling aanwezig water naar de lenskorven kan toevloeien. 4 In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan het Hoofd van de Scheepvaartinspectie toestaan dat bepaalde afdelingen waarin een zuigaansluiting onnodig of ongewenst zou zijn, niet op de lensleiding zijn aangesloten. 5 Indien in een gedeelte van een vaartuig door de aard van het bedrijf of om andere redenen, ongewenste hoeveelheden water kunnen voorkomen, kan het Hoofd van de Scheepvaartinspectie bijzondere voorzieningen voorschrijven voor het lenzen van dit gedeelte. 6 Het lenzen van koelruimen moet op een doelmatige wijze kunnen geschieden.