BWBR0004607
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 44
Vissersvaartuigenbesluit
Anker- en meergerei ... 1 De ankers moeten in voldoend aantal aanwezig zijn en van voldoende gewicht en sterkte zijn. De ankerkettingen of ankerkabels moeten van voldoende lengte, gewicht en sterkte zijn, terwijl elk van de ankerkettingen uit de nodige, onderling verbonden, losneembare einden moet bestaan. Er moet een reserve anker- en kettingsluiting aan boord aanwezig zijn. 2 De ankers en kettingen moeten worden gekeurd op de wijze, als in deze paragraaf is voorgeschreven. 3 De ankerkettingen moeten zodanig aan het vaartuig zijn bevestigd, dat zij buiten de kettingbak kunnen worden ontsloten. 4 De voor een vaartuig bestemde ankerkettingen mogen niet worden gebruikt voor het remmen tijdens het te water lopen van het vaartuig. 5 De ankerinrichting moet wat bouw, plaatsing en vermogen betreft, zodanig zijn, dat de ankers gemakkelijk en snel kunnen worden bediend, terwijl een bijzondere borginrichting van de ankers aanwezig moet zijn, die het uitlopen ten gevolge van schok of stoot voorkomt. 6 Al het aan boord aanwezige meergerei moet van voldoende sterkte zijn en moet geschikt zijn voor het beoogde gebruik. 7 Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan nadere regels geven ten aanzien van anker- en meergerei.