BWBR0004607
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 40
Vissersvaartuigenbesluit
Patrijspoorten, ramen en vaste lichtranden ... 1 Met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 144 en 170, tiende lid, moeten patrijspoorten, ramen en vaste lichtranden in ruimten onder het werkdek of in een gesloten bovenbouw aan de binnenzijde zijn voorzien van scharnierende blinden die deugdelijk en waterdicht kunnen worden gesloten. 2 Het laagste punt van de dagopening van patrijspoorten en lichtranden mag niet lager zijn gelegen dan een lijn die evenwijdig aan het werkdek in de zijde op het scheepsboord is getrokken en die haar laagste punt heeft op een hoogte boven de hoogst gelegen lastlijn, overeenkomend met 2,5 percent van de breedte, dan wel 500 mm indien deze laatste hoogte groter is. 3 Alle patrijspoorten met inbegrip van de zich daarin bevindende glasschijven, ramen, vaste lichtranden en blinden moeten van deugdelijke constructie zijn en moeten overigens voldoen aan de door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie gestelde eisen betreffende type, afmetingen en sterkte. 4 Voor de ramen van het stuurhuis moet gehard veiligheidsglas of soortgelijk materiaal worden toegepast. 5 Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan toestaan dat patrijspoorten, ramen, en vaste lichtranden welke zijn aangebracht in de zij- en achterschotten van dekhuizen op of boven het werkdek, niet zijn voorzien van blinden, indien naar zijn oordeel de veiligheid van het vaartuig daardoor niet vermindert.