BWBR0004607
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 38
Vissersvaartuigenbesluit
Vul- en luchtpijpen ... 1 Op dubbele bodem- of andere tanks moeten luchtpijpen zijn aangebracht. 2 De blootgestelde delen van luchtpijpen welke boven het werkdek of boven het opbouwdek uitsteken, moeten voldoende sterk en in voldoende mate beschermd zijn. Voorts moeten luchtpijpen in laadruimten en aan dek zodanig beschermd of zo sterk zijn, dat zij door verschuiven van lading niet kunnen worden beschadigd. 3 Luchtpijpen van tanks die, hetzij door het openen van een of meer kranen of afsluiters van buitenboord kunnen vollopen, hetzij door middel van een werktuiglijk gedreven pomp kunnen worden gevuld, alsmede alle luchtpijpen van dubbele bodemtanks en kofferdammen en van voorraad-, bezink- en dagtanks voor brandstofolie, moeten boven het werkdek in de open lucht uitmonden en aldaar steeds toegankelijk zijn. 4 De luchtpijpen van brandstoftanks moeten bovendien op een naar het oordeel van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie veilige plaats uitkomen en zijn voorzien van een doelmatige vlamkerende inrichting. 5 Het is toegestaan de luchtpijpen van die tanks waarvan de inhoud bij uitvloeien op het open dek gevaar kan opleveren of om andere redenen ongewenst is, naar een overvloeitank of een andere hiervoor geschikte voorraadtank te leiden. In dat geval dient de ontluchting van de overvloeitank boven het werkdek in de open lucht uit te monden en aldaar steeds toegankelijk te zijn. De ontluchting van de overvloeitank dient zodanig te zijn bemeten, dat deze de maximum te verwachten toevoer zonder overmatige drukverhoging kan verwerken. De overvloeitank dient voldoende ruim bemeten te zijn. Een alarminrichting moet worden aangebracht welke alarmeert bij een vooraf bepaald niveau in tanks of wanneer de tanks overvloeien. 6 De hoogte van de opening van luchtpijpen boven het dek moet op het werkdek ten minste 760 mm of op een opbouwdek ten minste 450 mm bedragen. Indien de hoogte van een luchtpijp een belemmering vormt voor de visserijwerkzaamheden aan boord, kan het Hoofd van de Scheepvaartinspectie een kleinere hoogte toestaan. 7 Voor de afsluiting van de opening van de luchtpijpen moet worden gebruik gemaakt van automatisch werkende afsluitmiddelen die ten genoegen van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie moeten zijn. 8 Vulpijpen op drinkwatertanks moeten ten minste 150 mm boven het dek reiken.