BWBR0004607
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 361
Vissersvaartuigenbesluit
Constructie, inrichting en uitrusting ... 1 In dit artikel wordt onder bestaand vaartuig verstaan een vissersvaartuig gebouwd vóór 1 november 1989. 2 Onverminderd het bepaalde in het derde tot en met het achtste lid moet de constructie, de inrichting en de uitrusting van bestaande vaartuigen ten minste blijven voldoen aan de voorschriften zoals die van toepassing waren voor 1 november 1989. 3 Voor bestaande vaartuigen zijn de voorschriften van dit besluit met betrekking tot de constructie en de inrichting, voor zover deze afwijken van die van voor 1 november 1989, alleen van toepassing, indien en voor zover dit, naar het oordeel van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie, praktisch uitvoerbaar en redelijk is. 4 De uit het bepaalde in het derde lid voortvloeiende veranderingen van de constructie en de inrichting aan boord van bestaande vaartuigen moeten, in overleg met de ambtenaren van de Scheepvaartinspectie, worden uitgevoerd bij belangrijke reparaties en vernieuwingen aan het casco, bij ingrijpende veranderingen in de accommodatie, bij het vernieuwen van installaties en bij andere daartoe geëigende gelegenheden. Bedoelde vaartuigen mogen door het ondergaan van een reparatie of een verandering niet in geringere mate aan de voorschriften van dit besluit voldoen dan zij vóór de reparatie of de verandering deden. 5 In het geval dat bepalingen van dit besluit tot gevolg hebben dat de uitrusting van een bestaand vaartuig moet worden aangevuld, vervangen dan wel aangepast: 1°. moet de vervanging van de vóór 1 november 1989 verplicht gestelde uitrustingsartikelen door die van het in dit besluit voorgeschreven type, plaatsvinden bij vernieuwing van de betreffende artikelen of wanneer deze grote reparaties vereisen; en 2°. moet de verdere aanpassing van de vóór 1 november 1989 verplicht gestelde uitrusting aan die welke is voorgeschreven in dit besluit, plaatsvinden in overleg met de ambtenaren van de Scheepvaartinspectie. 6 Het bepaalde in het vijfde lid is niet van toepassing ten aanzien van hetgeen is vereist ingevolge: 1°. de artikelen 200, 201, 209, 240, 241, 242, 243; en 2°. de artikelen 197, vierde en vijfde lid, 198, achtste en negende lid, 212, zesde lid. 7 Aan het bepaalde in de artikelen, genoemd in het zesde lid, onder 1, moet worden voldaan met ingang van 1 november 1989. 8 Met inachtneming van het bepaalde in het zesde en zevende lid behoeven bestaande vaartuigen niet te worden aangepast aan de voorschriften van dit besluit, indien de aanpassing uitsluitend voortvloeit uit de toepassing van het lengtekriterium in plaats van het tonnagekriterium gebruikt in de voorschriften van vóór 1 november 1989.