BWBR0004607
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 343
Vissersvaartuigenbesluit
Dagboeken ... 1 Naast hetgeen bij of krachtens de bepalingen van het voor Nederland, de Nederlandse Antillen, onderscheidenlijk Aruba geldende Wetboek van Koophandel ten aanzien van het houden van scheeps- en machinedagboeken is voorgeschreven, is de kapitein van een vaartuig verplicht in deze dagboeken aantekening te doen houden: 1°. van het periodiek te water laten van reddingboten, hulpverleningsboten en reddingvlotten van het strijkbare type, alsmede van de toestand waarin deze reddingmiddelen zich bevinden; 2°. van de maandelijkse inspectie van de reddingmiddelen en de reddingbootuitrusting, alsmede van de toestand waarin de uitrusting zich bevindt; 3°. van de beproeving van de brandslangen; 4°. van de controles, beproevingen en oefeningen, bedoeld in artikel 330, eerste lid; 5°. van de dagelijkse peilingen, bedoeld in artikel 321, eerste lid, en van de viermaandelijkse controle, bedoeld in artikel 321, tweede lid; 6°. van alle appèls, oefeningen «schip verlaten», oefeningen in het blussen van brand, oefeningen met de hulpverleningsboten, opleiding en instructie in het gebruik van de reddingmiddelen en oefeningen met reddingvlotten van het strijkbare type, alsmede, wanneer deze niet op de voorgeschreven tijden zijn gehouden, van de redenen waarom dit niet is geschied. 7°. in voorkomende gevallen, van de redenen waarom hij, na het waarnemen of het ontvangen van een noodsein, heeft nagelaten de in nood verkerende personen te hulp te komen; 8°. aan boord van een vaartuig uitgerust met een radiotelegrafie-auto-alarmtoestel, van de dagelijkse beproeving daarvan; 9°. aan boord van een vaartuig, uitgerust met een radiotelegraaf- of radiotelefoonstation, dagelijks de staat waarin de reservekrachtbron zich bevindt; 10°. aan boord van een vaartuig voorzien van een noodkrachtbron, van een tijdelijke noodkrachtbron en van automatische inrichtingen van de noodinstallatie, van de beproevingen daarvan; 11°. aan boord van een vaartuig voorzien van elektrische noodverlichting, van de beproeving daarvan; 12°. van de controles en beproevingen, bedoeld in artikel 326, onder 4; 13°. van de controles en beproevingen, bedoeld in artikel 327, onder 4; 14°. van op de afgelopen reis voorgekomen averijen en ongevallen; en 15°. aan boord van een vaartuig, uitgerust met een VHF radiotelefonie-installatie, van een samenvatting van alle berichtenwisseling betreffende nood-, spoed- en veiligheidsverkeer. 2 De kapitein van een vaartuig is verplicht zorg te dragen, dat door de chefs van de wacht schriftelijk nauwkeurig wordt bijgehouden alles wat nodig is voor een goede invulling van het scheepsdagboek, onderscheidenlijk het machinedagboek. 3 De kapitein van een vaartuig is verplicht de laatste data van inspecties, appèls en oefeningen als bedoeld in het eerste lid, onder 1, 2, 3, 4, 6, 10, 11 en 12 bij het in gebruik nemen van een nieuw dagboek uit het vorige dagboek te doen overnemen. 4 De kapitein van een vaartuig binnengekomen in een haven in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba, is verplicht binnen drie dagen na binnenkomst en in ieder geval voor het vertrek het scheepsdagboek en indien daartoe het verzoek wordt gedaan tevens het machinedagboek ter inzage te doen toekomen aan de betrokken ambtenaar van de Scheepvaartinspectie, die de ingezonden dagboeken, voorzien van een gedagtekende en ondertekende verklaring, zo spoedig mogelijk na inzage aan de kapitein terugzendt. 5 Indien het vaartuig langer dan een jaar buiten een haven als bedoeld in het vierde lid blijft, is de kapitein verplicht de scheepsdagboeken van de afgelopen reizen, telkenmale na verloop van ten hoogste een jaar, te zenden aan de Scheepvaartinspectie, aan wie het toezicht op het vaartuig is opgedragen. 6 Indien het vaartuig wordt opgelegd in een haven buiten Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba, is de kapitein verplicht de scheepsdagboeken binnen acht dagen te zenden aan de Scheepvaartinspectie.