BWBR0004607
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 32
Vissersvaartuigenbesluit
Openingen in de huid, de dekken, de bovenbouw en de dekhuizen ... 1 Openingen in het scheepsboord, als toegangs- en laadpoorten, moeten door deugdelijke afsluitmiddelen van voldoende sterkte waterdicht kunnen worden gesloten. 2 Alle toegangsopeningen in schotten van gesloten bovenbouwen en in andere aan weer en wind blootgestelde constructies waardoor, met gevaar voor het vaartuig, water zou kunnen binnendringen, moeten zijn voorzien van deuren die permanent aan het schot zijn bevestigd en zodanig zijn ingeraamd en verstijfd dat het gehele samenstel, indien de opening daardoor gesloten is, even sterk is alsof geen opening in het schot aanwezig was. De deuren moeten dicht tegen weer en wind kunnen worden afgesloten door middel van pakking en knevels of andere, gelijkwaardige middelen die permanent aan het schot of aan de deuren zelf zijn bevestigd en zodanig zijn uitgevoerd, dat de deuren aan beide zijden van het schot kunnen worden geopend en gesloten. 3 In deuropeningen die rechtstreeks toegang geven tot gedeelten van het blootgestelde dek en die gelegen zijn in toegangskappen, opbouwen en schachten van machinekamers, moet de hoogte boven het dek van drempels ten minste 600 mm op het werkdek of ten minste 300 mm op een opbouwdek bedragen. Wanneer de bedrijfservaringen zulks rechtvaardigen kan het Hoofd van de Scheepvaartinspectie toestaan dat van deze drempelhoogten wordt afgeweken, met dien verstande dat de drempelhoogte nimmer minder mag bedragen dan 380 mm op het werkdek of 150 mm op een opbouwdek. Ten aanzien van de minimum drempelhoogte van deuropeningen die rechtstreeks toegang geven tot de ruimten voor machines kan niet worden afgeweken. 4 Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan nadere regels geven ten aanzien van het bepaalde in dit artikel.