BWBR0004607
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 285
Vissersvaartuigenbesluit
Hulpmiddelen ter voorkoming van aanvaringen ... 1 Aan boord van elk vaartuig moeten de middelen aanwezig zijn om te kunnen voldoen aan de van kracht zijnde bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee. Deze middelen moeten ook met betrekking tot de opstelling aan boord, voldoen aan de eisen gesteld in genoemde bepalingen. 2 De lantaarns voorgeschreven in de van kracht zijnde bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee dienen uitsluitend te zijn ingericht voor elektrisch licht. 2 Met uitzondering van een vaartuig waarvan de lengte minder dan 45 m bedraagt, moet aan boord van een vaartuig voor elk van de top- en boordlantaarns en voor de heklantaarn, een reservelantaarn aanwezig zijn die op de voor het gebruik bestemde plaats vast is aangebracht. 3 De elektrische installatie ten behoeve van de lantaarns en de middelen tot het geven van geluidseinen die zijn voorgeschreven in de van kracht zijnde bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, met inbegrip van de reservelantaarns als bedoeld in het tweede lid, moet voldoen aan de eisen gesteld in artikel 103. 3 Alle lantaarns die ingevolge de van kracht zijnde bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee aan boord aanwezig zijn, met inbegrip van alle reservelantaarns, moeten zijn gemerkt en zijn voorzien van een certificaat, afgegeven door een door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie erkende deskundige. 4 Aan boord van elk vaartuig dat de openbare wateren in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba, bevaart, die voor de scheepvaart open staan, moeten bovendien de hulpmiddelen aanwezig zijn, die nodig zijn om aan de voorschriften van de ter plaatse geldende reglementen te kunnen voldoen.