BWBR0004607
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 283
Vissersvaartuigenbesluit
Richtingzoekers ... 1 Een vaartuig waarvan de lengte 75 m of meer bedraagt, moet zijn voorzien van een richtingzoeker van een goedgekeurd type, die voldoet aan de eisen gesteld in artikel 260. 2 De grafiek als bedoeld in artikel 260, elfde lid, moet voor onmiddellijk gebruik bij de richtingzoeker aanwezig zijn. 3 Indien de verificaties als bedoeld in artikel 260, twaalfde en dertiende lid, naar het oordeel van een ambtenaar van de Scheepvaartinspectie daartoe aanleiding geven, dient de richtingzoeker door een bevoegd persoon opnieuw te worden gecalibreerd onder afgifte van een grafiek als bedoeld in artikel 260, elfde lid. 4 De aanwijzing van de in het derde lid en de in artikel 260, elfde en dertiende lid, bedoelde bevoegde personen geschiedt door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie. De bevoegde personen moeten in het bezit zijn van een geldig, door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie verstrekt, legitimatiebewijs. 5 Indien een vaartuig dat is gebouwd op of na 1 september 1980, is uitgerust met een richtingzoeker als bedoeld in het eerste lid, moet die richtingzoeker zijn ingericht voor het peilen recht vooruit («homing») op de radio-telefonie-noodfrequentie als bedoeld in artikel 260, tiende lid.