BWBR0004607
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 280
Vissersvaartuigenbesluit
Nautische instrumenten ... 1 Met uitzondering van vaartuigen die een door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie vast te stellen beperkt gebied bevaren, moet aan boord van elk vaartuig ten minste een hoekmeetinstrument aanwezig zijn, waarvan de fouten bekend zijn. 1 Hoekmeetinstrumenten moeten zijn voorzien van een certificaat, afgegeven door een door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie erkende deskundige. 2 Met uitzondering van vaartuigen die een door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie vast te stellen beperkt gebied bevaren, moet aan boord van elk vaartuig ten minste een deugdelijke chronometer aanwezig zijn, waarvan stand en gang bekend zijn. 2 Chronometers moeten zijn voorzien van een certificaat, afgegeven door een door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie erkende deskundige. 3 Aan boord van elk vaartuig moet ten minste een barometer aanwezig zijn. 3 Barometers met inbegrip van barografen, moeten zijn voorzien van een certificaat, afgegeven door een door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie erkende deskundige. 4 Aan boord van elk vaartuig moet een deugdelijke kijker aanwezig zijn. 5 Aan boord van elk vaartuig moet een roerstandaanwijzer, een tachometer voor elke schroef en bovendien, indien het vaartuig is uitgerust met verstelbare schroeven of schroeven met zijdelingse stuwkracht, een instrument dat de spoed en de wijze van gebruik van die schroeven aangeeft, aanwezig zijn. Deze instrumenten moeten duidelijk afleesbaar zijn vanaf de plaats waar de navigatie wordt gevoerd. Zij moeten van een goedgekeurd type zijn en voldoen aan de door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie nader te stellen regels.