BWBR0004607
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 22
Vissersvaartuigenbesluit
Certificaat van deugdelijkheid ... 1 Behoudens het bepaalde in het vierde lid, wordt een certificaat van deugdelijkheid afgegeven nadat bij het onderzoek bedoeld in artikel 12, eerste lid, onder 1 en 3, en ook overigens is gebleken, dat aan de voorschriften van dit besluit is voldaan. 2 De aanvraag tot het verkrijgen van een eerste certificaat van deugdelijkheid moet vergezeld gaan van de voor de controle van bouw en inrichting benodigde tekeningen en berekeningen, voorzover deze tevoren nog niet waren ingezonden, van het bewijs van inschrijving in het centraal visserij-register en van de meetbrief of van gewaarmerkte afschriften van deze stukken. 3 Voor een vaartuig voorzien van een stoomketelinstallatie, moet elke aanvraag tot het verkrijgen van een certificaat van deugdelijkheid vergezeld gaan van een opgave van de datum van het laatste onderzoek van genoemde installatie. 3 Voor een vaartuig onder toezicht van een van de klassebureaus, moet bij elke aanvraag tot het verkrijgen van een certificaat van deugdelijkheid bovendien het op het ogenblik van aanvraag geldige certificaat van dat bureau worden overgelegd. Bevindt het vaartuig zich in het buitenland, dan kan met toezending van een gewaarmerkt afschrift van dat certificaat worden volstaan. 4 Voor een vaartuig waarvoor een certificaat als bedoeld in het derde lid, onder 2, is overgelegd, kan een certificaat van deugdelijkheid worden afgegeven, tenzij aan de ambtenaren van de Scheepvaartinspectie bij onderzoek blijkt dat het certificaat van het klassebureau ten onrechte werd toegekend of dat sedert die toekenning de toestand van het vaartuig zodanig is veranderd, dat de zeewaardigheid onvoldoende is geworden of dat uit anderen hoofde tegen de afgifte van een certificaat van deugdelijkheid bezwaar bestaat. 5 Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie stelt vast voor welk tijdvak het certificaat van deugdelijkheid zal gelden. 5 De geldigheidsduur van een certificaat van deugdelijkheid kan door of namens het Hoofd van de Scheepvaartinspectie worden verlengd, nadat ten genoegen van genoemd hoofd is gebleken dat aan de betreffende voorschriften van dit besluit is voldaan. 6 Op het certificaat van deugdelijkheid wordt het vaargebied, bedoeld in artikel 7, eerste lid, vermeld.