BWBR0004607
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 202
Vissersvaartuigenbesluit
Verzamel- en inschepingsvoorzieningen ... 1 Reddingboten en reddingvlotten waarvoor goedgekeurde tewaterlatingsmiddelen zijn voorgeschreven, moeten zo dicht mogelijk bij ruimten voor accommodatie en dienstruimten zijn geplaatst. 2 De verzamelplaatsen moeten dicht bij de inschepingsplaatsen zijn gelegen. Elke verzamelplaats moet voldoende ruimte bieden om alle daar te verzamelen personen te kunnen bevatten. 3 Verzamel- en inschepingsplaatsen moeten gemakkelijk toegankelijk zijn vanuit de ruimten voor accommodatie en dienstruimten. 4 Verzamel- en inschepingsplaatsen moeten een doelmatige noodverlichting hebben, welke moet worden gevoed door de elektrische noodkrachtbron, voorgeschreven in artikel 112, eerste lid, of artikel 113, eerste lid. 5 Gangen, trappen en uitgangen die leiden naar de verzamelen inschepingsplaatsen moeten een doelmatige noodverlichting hebben, welke moet worden gevoed door de elektrische noodkrachtbron, voorgeschreven in artikel 112, eerste lid, of artikel 113, eerste lid. 6 Verzamel- en inschepingsplaatsen voor groepsreddingmiddelen van het strijkbare type moeten zo zijn ingericht dat het mogelijk is om een gewonde op een draagbaar in het groepsreddingmiddel te plaatsen. 7 Op iedere tewaterlatingsplaats of op iedere twee naast elkaar gelegen tewaterlatingsplaatsen moet een inschepingsladder aanwezig zijn, die voldoet aan het bepaalde in artikel 224, vierentwintigste tot en met zesentwintigste lid, bestaat uit één lengte en lang genoeg is om aan de hoge zijde tot op het water te reiken, onder ongunstige omstandigheden van kop- of stuurlast en bij een slagzij van 20 graden, waarbij het vaartuig ligt op de laagst gelegen lastlijn in zeewater. Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan echter toestaan dat dergelijke ladders worden vervangen door goedgekeurde middelen om inscheping in de groepsreddingmiddelen wanneer deze in het water liggen, mogelijk te maken, op voorwaarde dat er ten minste één inschepingsladder aan iedere zijde van het vaartuig aanwezig is. 8 Waar nodig moeten middelen aanwezig zijn om groepsreddingmiddelen van het strijkbare type tegen het scheepsboord te brengen en daar te houden opdat personen veilig kunnen worden ingescheept. 9 De voorzieningen ten behoeve van het inschepen in groepsreddingmiddelen moeten zo zijn ontworpen dat de reddingboten ingescheept en te water gelaten kunnen worden vanaf de opstellingsplaats en dat de reddingvlotten van het strijkbare type ingescheept en te water gelaten kunnen worden vanaf een plaats direct nabij de opstellingsplaats, of vanaf een plaats waarheen in overeenstemming met het bepaalde in artikel 204, vijfde lid, het reddingvlot wordt overgebracht voorafgaand aan het te water laten.