BWBR0004607
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 201
Vissersvaartuigenbesluit
Bezetting van groepsreddingmiddelen en het toezicht daarop ... 1 Er moet een voldoend aantal geoefende bemanningsleden aan boord zijn om het verzamelen te leiden en om ongeoefende personen bijeen te brengen en behulpzaam te zijn bij «schip verlaten». 2 Er moet een voldoend aantal gediplomeerde sloepsgasten aan boord zijn om de groepsreddingmiddelen en de tewaterlatingsvoorzieningen, die vereist zijn om alle opvarenden te ontschepen, te bedienen. 3 Over elk te gebruiken groepsreddingmiddel dient een gediplomeerde sloepsgast de leiding te hebben. Rekening houdend met de aard van de reis, het aantal opvarenden en het soort vaartuig kan het Hoofd van de Scheepvaartinspectie evenwel toestaan dat personen met ervaring in de behandeling en bediening van reddingvlotten, met de leiding over reddingvlotten worden belast in plaats van de bovengenoemde gediplomeerde sloepsgasten. Bij reddingboten dient tevens een plaatsvervanger van de sloepscommandant te zijn aangewezen. 4 Degene die de leiding heeft over een groepsreddingmiddel, moet beschikken over een lijst met namen van de hem toegewezen bemanning van het groepsreddingmiddel en moet er op toezien dat die bemanningsleden hun taken kennen. De plaatsvervangende sloepscommandant moet ook over een lijst van de bemanning van de reddingboot beschikken. 5 Voor een reddingboot waarin een radiotelegrafie-installatie is aangebracht volgens het bepaalde in artikel 197, derde lid, moet iemand zijn aangewezen die de installatie kan bedienen. 6 Voor iedere reddingboot moet iemand zijn aangewezen die de motor kan bedienen en kleine herstellingen daaraan kan verrichten. 7 Het aantal personen bedoeld in het eerste tot en met het derde lid, moet gelijkelijk over de groepsreddingmiddelen worden verdeeld.