BWBR0004607
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 197
Vissersvaartuigenbesluit
Communicatiemiddelen ... 1 Ten behoeve van de groepsreddingmiddelen moet aan boord van een vaartuig waarvan de lengte 45 m of meer bedraagt, en dat niet is uitgerust met noodradiobakens als bedoeld in het vierde lid, een draagbaar radiotoestel aanwezig zijn, dat voldoet aan het bepaalde in artikel 262. Het draagbaar radiotoestel dient te worden opgeborgen op een beschermde en gemakkelijk toegankelijke plaats, gereed om in geval van nood meegenomen te kunnen worden naar welk groepsreddingmiddel dan ook; wanneer op een vaartuig reddingboten op ver uiteenliggende plaatsen zijn opgesteld, dient het draagbaar radiotoestel te worden geborgen in de nabijheid van de reddingboten die het verste verwijderd zijn van de hoofdzender van het vaartuig. 2 Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan voor vaartuigen die reizen van zodanig korte duur maken dat een draagbaar radiotoestel voor groepsreddingmiddelen naar zijn oordeel onnodig is, vrijstelling verlenen van het bepaalde in het eerste lid. 3 Wanneer het totale aantal personen aan boord van een vaartuig 200 of meer bedraagt, moet ten minste een van de reddingboten waarmee het vaartuig ingevolge het bepaalde in artikel 199 moet zijn uitgerust, zijn voorzien van een radiotelegrafie-installatie die voldoet aan het bepaalde in artikel 261. 4 Aan iedere zijde van een vaartuig moet een met de hand in werking te stellen noodradiobaken dat voldoet aan het bepaalde in artikel 263 zijn geplaatst, op zodanige wijze dat het snel in een groepsreddingmiddel kan worden gezet. 5 Ten behoeve van de radiocommunicatie tussen de groepsreddingmiddelen onderling, tussen de groepsreddingmiddelen en het vaartuig, alsmede tussen het vaartuig en de hulpverleningsboot, moeten portofoons die voldoen aan het bepaalde in artikel 265, aan boord zijn. Het is niet noodzakelijk dat er voor ieder groepsreddingmiddel een afzonderlijke portofoon is, maar er moeten ten minste drie portofoons aan boord zijn. Aan deze bepaling kan ook worden voldaan door toepassing van andere draagbare communicatie-apparaten die aan boord worden gebruikt, mits die apparaten voldoen aan het bepaalde in artikel 265. 6 Op of in de nabijheid van de brug dienen ten minste twaalf valschermsignalen die voldoen aan het bepaalde in artikel 215, aanwezig te zijn.