BWBR0004607
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 188
Vissersvaartuigenbesluit
Bescherming van de bemanning ... 1 Dekopeningen voorzien van luikhoofden of drempels waarvan de hoogte minder dan 600 mm bedraagt, moeten zijn uitgerust met beveiligingsmiddelen zoals scharnierende of verplaatsbare relingen of netwerk. Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan voor kleine openingen verlichting toestaan van deze eisen. 2 Schijnlichten of andere, soortgelijke openingen moeten zijn voorzien van beveiligingsstaven waarvan de onderlinge afstand niet meer bedraagt dan 350 mm. Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan voor kleine openingen verlichting toestaan van deze eis. 3 Het oppervlak van elk dek moet zodanig zijn ontworpen of behandeld dat de mogelijkheid van uitglijden door opvarenden tot een minimum is beperkt. In het bijzonder moeten dekken op plaatsen waar gewerkt wordt, zoals in ruimten voor machines, in kombuizen, bij lieren en op plaatsen waar vis wordt verwerkt alsmede ter plaatse van de onder- en bovenkant van ladders en voor deuren voorzien zijn van antislipoppervlakken. 4 Deklading moet ter plaatse van openingen die toegang geven tot de verblijven, voortstuwingsruimten en andere ruimten die in verband met de werkzaamheden aan boord moeten worden betreden, zodanig zijn gestuwd, dat deze openingen behoorlijk kunnen worden bereikt, geopend en afgesloten tegen het binnendringen van water. 5 Er is een valreep, loopplank of vergelijkbare voorziening aanwezig waarmee op een adequate en veilige manier aan en van boord kan worden gegaan.