BWBR0004607
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 176
Vissersvaartuigenbesluit
Automatische brandalarm- en brandontdekkingsinstallaties ... 1 Op vaartuigen waar het Hoofd van de Scheepvaartinspectie op grond van het bepaalde in artikel 170, eerste lid, een brandbare constructie heeft toegestaan, alsmede op alle overige vaartuigen waarvan de lengte 35 m of meer bedraagt, dient in ruimten voor accommodatie, dienstruimten en controlestations met uitzondering van ruimten die vrijwel geen brandgevaar opleveren zoals lege ruimten en sanitaire ruimten, een automatische brandalarm- en brandontdekkingsinstallatie van een goedgekeurd type te zijn aangebracht. 2 Een installatie als bedoeld in het eerste lid, dient aan het volgende te voldoen: 1°. een mogelijkheid moet aanwezig zijn om de installatie periodiek te kunnen beproeven; 2°. op de brug moet zowel hoorbaar als zichtbaar alarm kunnen worden gegeven. Bovendien dient dit te kunnen geschieden in daarvoor in aanmerking komende ruimten om, wanneer het vaartuig in een haven ligt, de aan boord aanwezige personen te waarschuwen; 3°. op de alarmpanelen moet zichtbaar zijn dat het systeem is ingeschakeld; 4°. de installatie moet zijn aangesloten op de noodkrachtbron, dan wel op de hoofdkrachtbron waarbij in geval van het wegvallen van de stroomvoorziening, automatisch wordt overgeschakeld op de noodkrachtbron; en 5°. de positie van de brandmelders in de te beschermen ruimten moet ten genoegen van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie zijn.