BWBR0004607
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 163
Vissersvaartuigenbesluit
Samenstelling brandweeruitrusting ... 1 Een brandweeruitrusting dient te bestaan uit een persoonlijke uitrusting die voldoet aan het bepaalde in het tweede lid en uit een persluchttoestel dat voldoet aan het bepaalde in het derde en vierde lid. 2 Een persoonlijke uitrusting moet de volgende onderdelen omvatten die van een goedgekeurd type dienen te zijn: 1°. beschermende kleding. Het materiaal waaruit deze kleding wordt vervaardigd, dient zodanig te zijn dat: 1.1. de huid van de gebruiker wordt beschermd tegen de hitte die een brand uitstraalt en tegen het ontstaan van brandwonden door stoom; 1.2. de lichaamsventilatie van de gebruiker niet wordt belemmerd; en 1.3. de buitenste laag water afstoot; 2°. laarzen en handschoenen, vervaardigd uit rubber of ander materiaal dat elektrische stroom niet geleidt. Laarzen dienen antislip te zijn uitgevoerd; 3°. een stevige helm die doelmatige bescherming biedt tegen stoten; 4°. een elektrische veiligheidslamp die voldoet aan het bepaalde in artikel 105, eerste lid; en 5°. een brandweerbijl. 3 Een persluchttoestel moet van een goedgekeurd type zijn. Het volume aan lucht in de cilinders moet ten minste 1200 l bij atmosferische druk bedragen. Elk persluchttoestel moet zijn voorzien van: 1°. een draagstel; 2°. een gelaatstuk; 3°. een inrichting waarmee de gebruiker op gemakkelijke wijze de nog aanwezige voorraad samengeperste lucht kan controleren; 4°. een inrichting, akoestisch dan wel weerstandverhogend werkend, die de gebruiker waarschuwt zodra de nog veilige minimum voorraad samengeperste lucht is bereikt; en 5°. een brandbestendige reddinglijn van voldoende lengte en sterkte, die, teneinde te voorkomen dat het toestel losraakt bij gebruik van de reddinglijn, door middel van een musketonhaak moet kunnen worden bevestigd aan het harnas van het toestel of aan een afzonderlijke gordel. 4 Bij elk persluchttoestel moet voor elke tot het toestel behorende luchtcilinder ten minste een reservecilinder met samengeperste lucht aanwezig zijn. 5 Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan nadere regels geven betreffende de onderdelen van de brandweeruitrusting.