BWBR0004607
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 157
Vissersvaartuigenbesluit
Brandblustoestellen ... 1 Een brandblustoestel moet van een goedgekeurd type zijn. De inhoud van een voorgeschreven draagbaar brandblustoestel met vloeibare blusstof mag niet groter zijn dan 13,5 l en niet kleiner dan 9 l. Een brandblustoestel met een andere blusstof moet ten minste even goed draagbaar zijn als een toestel met vloeibare blusstof van 13,5 l en het blusvermogen moet ten minste gelijkwaardig zijn aan dat van een dergelijk toestel met een blusstof van 9 l. De gelijkwaardigheid van brandblustoestellen wordt bepaald door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie. 2 Het aantal aan boord aanwezige reservevullingen dient in overeenstemming te zijn met de door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie te geven regels. 3 Brandblustoestellen gevuld met een blusstof die naar het oordeel van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie, hetzij uit zichzelf, hetzij onder te verwachten gebruiksomstandigheden, zodanige hoeveelheden giftige gassen afgeeft dat dit schadelijk is voor de gezondheid, zijn aan boord niet toegestaan. 4 Brandblustoestellen, zowel draagbare als niet-draagbare, moeten periodiek worden nagezien en worden onderworpen aan de beproevingen die door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie zijn voorgeschreven. 5 Eén van de draagbare brandblustoestellen die voor het gebruik in een bepaalde ruimte zijn bestemd, moet nabij de toegang tot die ruimte zijn geplaatst. 6 In de nabijheid van elektrische werktuigen, schakelborden en dergelijke, mogen geen draagbare brandblustoestellen zijn geplaatst waarvan de blusstof de elektrische stroom geleidt. 7 Buiten de radiohut moet nabij de toegangsdeur van deze hut een draagbaar brandblustoestel, gevuld met een de elektrische stroom niet geleidende blusstof, zijn opgesteld. In de radiohut, alsmede nabij een niet in de radiohut ondergebracht radiotelefoonstation, moet voorts ten minste een draagbaar brandblustoestel, eveneens gevuld met een de elektrische stroom niet geleidende blusstof, met een inhoud van ten hoogste 2 kg blusstof, zijn opgesteld. 8 Een speciaal, draagbaar schuimbrandblustoestel moet van een goedgekeurd type zijn en moet bestaan uit een luchtschuimstraalpijp van het inductortype die door middel van een brandslang kan worden verbonden met de hoofdbrandblusleiding, alsmede een draagbare tank die ten minste 20 l schuimvormend middel bevat en een reservetank met schuimvormend middel. De straalpijp moet in staat zijn doeltreffend schuim, geschikt voor het blussen van een oliebrand, te maken met een capaciteit van 1,5 m 3 /min. 9 Brandblustoestellen moeten in een rode kleur zijn geschilderd. 10 Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan nadere regels geven ten aanzien van de plaatsing, het juiste type in verband met de te verwachten klasse branden en het blusvermogen van brandblustoestellen.