BWBR0004607
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 141
Vissersvaartuigenbesluit
Schotten binnen ruimten voor accommodatie en dienstruimten ... 1 Binnen ruimten voor accommodatie en dienstruimten dienen alle schotten welke van klasse «B» moeten zijn, te zijn opgetrokken van dek tot dek en zich uit te strekken tot de huid of tot andere begrenzingswanden, tenzij aan beide zijden van de schotten doorlopende plafonds of beschietingen van klasse «B» zijn aangebracht, in welk geval het schot mag eindigen bij het doorlopende plafond of de doorlopende beschieting. 2 Methode I F - Alle schotten die niet ingevolge het bepaalde in deze paragraaf van klasse «A» of «B» moeten zijn, dienen ten minste schotten van klasse «C» te zijn. 3 Methode II F - De constructie van schotten die niet ingevolge het bepaalde in deze paragraaf van klasse «A» of «B» moeten zijn, is niet aan beperking onderworpen, behoudens in die gevallen waarin schotten van klasse «C» zijn vereist overeenkomstig tabel 1 van artikel 144, onder 2. 4 Methode III F - De constructie van schotten die niet ingevolge het bepaalde in deze paragraaf van klasse «A» of «B» moeten zijn, is niet aan beperkingen onderworpen, behoudens in die gevallen waarin schotten van klasse «C» zijn vereist overeenkomstig tabel 1 van artikel 144, onder 2. De oppervlakte van enige ruimte of ruimten voor accommodatie die door een doorlopend schot van klasse «A» of «B» dienen te worden begrensd, mag in geen geval meer dan 50 m 2 bedragen. Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan voor ruimten voor algemeen gebruik echter een grotere oppervlakte toestaan.