BWBR0004607
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 12
Vissersvaartuigenbesluit
Onderzoeken ... 1 Een vaartuig is, met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden van dit artikel, onderworpen aan de volgende onderzoeken: 1°. een onderzoek voordat het vaartuig in dienst wordt gesteld; 2°. tussentijdse onderzoeken; 3°. periodieke onderzoeken; en 4°. aanvullende onderzoeken. 2 Het in het eerste lid, onder 1, bedoelde onderzoek voordat het vaartuig in dienst wordt gesteld, omvat: een volledige inspectie van de constructie, de voor de visserij bestemde inrichtingen, machine-installaties, algemene inrichting en het materiaal, met inbegrip van de romp van het vaartuig aan de buitenzijde en het in- en uitwendige van de ketels en uitrusting, benevens een beoordeling van de stabiliteit. Dit onderzoek moet zodanig zijn dat het zeker is dat de stabiliteit, de algemene inrichting, het materiaal en de verbanddelen van de romp, ketels en andere drukvaten met toebehoren, hoofd- en hulpwerktuigen, elektrische installaties, radio-installaties, radiotelegrafie-installaties in reddingboten, draagbare radiotoestellen voor groepsreddingmiddelen, nood radiobakens voor groepsreddingmiddelen, reddingmiddelen, brandontdekkings- en brandblusmiddelen, brandbeveiligingsplannen, radars, echoloden, gyrokompassen en andere uitrusting ten volle voldoen aan de eisen van dit besluit. Het onderzoek moet ook zodanig zijn, dat het zeker is dat de technische uitvoering van alle delen van het vaartuig en zijn uitrusting in alle opzichten bevredigend is en dat het vaartuig is voorzien van de lichten, dagmerken, middelen voor het geven van geluidsseinen en noodseinen zoals vereist krachtens de voorschriften van dit besluit. In het geval loodsladders worden meegevoerd, moeten deze eveneens onderzocht worden teneinde zeker te stellen dat zij deugdelijk zijn en voldoen aan het daaromtrent bepaalde in dit besluit. 3 Het in het eerste lid, onder 2, bedoelde tussentijdse onderzoek omvat elk jaar een inspectie van de constructie, de voor de visserij bestemde inrichtingen, de machine-installatie en de uitrusting van het vaartuig. Het tussentijdse onderzoek moet zodanig zijn dat het zeker is dat geen wijzigingen zijn aangebracht waardoor de veiligheid van het vaartuig of de opvarenden nadelig zou worden beïnvloed. 4 Het in het eerste lid, onder 3, bedoelde periodieke onderzoek omvat: 1°. elke vijf jaar een inspectie waar het de constructie en de machine-installatie van het vaartuig betreft, bedoeld in de hoofdstukken 2, 3, 4, 5 en 6; 2°. elke twee jaar een inspectie waar het de uitrusting van het vaartuig betreft, bedoeld in de hoofdstukken 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 en 10; en 3°. een jaarlijkse inspectie van de medische uitrusting aan boord, met de daarbij behorende controlelijsten en handleidingen, bedoeld in de artikelen 231, 237, en 317, derde lid, van de medicijnkisten aan boord van reddingboten en hulpverleningsboten, bedoeld in artikel 221, tweeënveertigste lid, onderdeel 20, onderscheidenlijk artikel 223, elfde lid, onderdeel 9, en van de radio-installaties, de radiorichtingzoeker en de radar, bedoeld in de hoofdstukken 9 en 10. Een periodiek onderzoek moet zodanig zijn dat het zeker is dat alle in het tweede lid genoemde onderdelen in een bevredigende toestand verkeren en geschikt zijn voor de dienst waarvoor zij zijn bestemd, dat zij voldoen aan de eisen van dit besluit, voorzover deze van toepassing zijn, en dat de stabiliteitsgegevens aan boord onmiddellijk beschikbaar zijn. In het geval de geldigheidsduur van het certificaat, als bedoeld in artikel 23, eerste lid, wordt verlengd, kan de tussenliggende tijd van het periodieke onderzoek overeenkomstig worden verlengd. 5 De in het eerste lid, onder 4, bedoelde aanvullende onderzoeken dienen hetzij geheel, hetzij gedeeltelijk, al naar gelang de omstandigheden, te worden gehouden telkens wanneer zich een ongeval heeft voorgedaan of een onvolkomenheid is ontdekt, waardoor de veiligheid van het vaartuig of de doeltreffendheid of volledigheid van de reddingmiddelen of andere uitrusting kan zijn aangetast of wanneer belangrijke herstellingen of vernieuwingen worden uitgevoerd. Het onderzoek moet zodanig zijn, dat het zeker is dat de noodzakelijke herstellingen of vernieuwingen deugdelijk zijn uitgevoerd, dat het materiaal en de uitvoering van zulke reparaties of vernieuwingen in alle opzichten bevredigend zijn en dat het vaartuig in alle opzichten voldoet aan de eisen van dit besluit.