BWBR0004607
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 115
Vissersvaartuigenbesluit
Ventilatie van accuruimten ... 1 Accuruimten, -kisten en -kasten moeten op zodanige wijze worden geventileerd, dat zich hierin geen explosieve gasmengsels kunnen verzamelen. Daartoe moet zodanig kunnen worden geventileerd dat per uur een aantal liters lucht, gelijk aan 110 maal het produkt van het aantal cellen en de laadstroomsterkte in ampère, de ruimte, kist of kast doorstroomt. Voor de berekening van het aantal liters lucht moet de maximale waarde van de laadstroomsterkte worden genomen, die gedurende de periode van gasvorming zal optreden. Deze waarde mag echter niet kleiner worden genomen dan één vierde van de waarde van de laadstroom die ten hoogste door de laadinrichting kan worden geleverd. 2 Bij toepassing van kunstmatige ventilatie van accuruimten, -kisten en -kasten moet de inrichting zodanig zijn, dat de af te voeren gassen boven uit de ruimte, kist of kast worden afgezogen. Deze gassen mogen de ventilatormotor niet kunnen bereiken. De waaier of het schoepenrad moet van zodanig materiaal zijn, dat vonkvorming onder alle omstandigheden wordt voorkomen. 3 Bij toepassing van natuurlijke ventilatie wordt voldaan aan het bepaalde in het eerste lid, indien: 1°. de te verwijderen gassen boven uit de ruimte, kist of kast worden afgevoerd; 2°. ventilatiepijpen of -kokers zodanig zijn aangebracht, dat hun hartlijn op geen enkele plaats een grotere hoek met de vertikaal vormt dan 45 graden; 3°. de inwendige weerstand van de ventilatiepijpen of -kokers zo gering mogelijk is. Vlamkerende inrichtingen die de doortocht noemenswaard verkleinen, mogen niet worden toegepast; 4°. de doortocht van ventilatiepijpen of -kokers ten minste een waarde heeft als in onderstaande tabel is aangegeven: Maximum laadvermogen in kW als bedoeld in artikel 114, tweede lid Doortocht in mm 2 loodbatterijen alkalische batterijen minder dan 1,0 7 500 12 000 1,0 tot 1,5 12 000 18 000 1,5 tot 2,0 15 000 24 000 2,0 tot 3,0 24 000 40 000 5°. ventilatiepijpen of -kokers voor afvoer aan het boveneinde zijn voorzien van een doelmatige zuigkap of gelijkwaardige inrichting. Zij moeten zo hoog als praktisch mogelijk zijn opgetrokken. 4 Het bepaalde in het voorgaande lid is niet van toepassing op: 1°. accumulatorenbatterijen van de categorie als omschreven in artikel 114, tweede lid, onder 2, indien zij vrij in de ruimte voor machines of in een andere daartoe geschikte goed geventileerde ruimte zijn opgesteld; 2°. accumulatorenbatterijen van de categorie als omschreven in artikel 114, tweede lid, onder 3. 5 Indien naar het oordeel van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie door middel van natuurlijke ventilatie niet voldoende veiligheid kan worden verkregen, kan genoemd hoofd kunstmatige ventilatie voorschrijven.