Vrijstelling wordt verleend van het in artikel 6 van het Specerijenbesluit (Warenwet) (Stb. 1969, 214) voorgeschreven minimale gehalte aan vluchtige olie van komijnzaad, met dien verstande dat dat gehalte niet lager mag zijn dan 1,6%.
1. Deze regeling kan worden aangehaald als Vrijstellingsregeling Komijnzaad (Warenwet).
2. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag volgende op die van haar bekendmaking.