De specificaties van conformiteit voor randapparatuur, bedoeld in hoofdstuk 2 van het Besluit randapparatuur, zijn die welke zijn omschreven in bijlage 1behorend bij deze regeling en zijn aangegeven in annex 1 behorend bij die bijlage.
1. Een aanvraag tot erkenning als testinstelling, tot gelijkstelling met een erkende testinstelling of tot een voorlopige erkenning als testinstelling dient te worden ingediend bij de Hoofddirecteur.
2. De aanvraag bedoeld in het eerste lid bevat ten minste de volgende gegevens:
a. gegevens omtrent de aard van de bedrijfsactiviteiten van de aanvragende testinstelling;
b. gegevens ten behoeve van de identificatie van degene op wiens naam de erkenning, gelijkstelling of voorlopige erkenning moet worden gesteld;
c. de aanvrager verschaft voorts die gegevens en bescheiden die voor de beoordeling van de aanvraag van belang kunnen zijn.
1. Bij de aanvraag tot erkenning als testinstelling moeten als bijlagen worden overgelegd:
a. een certificaat afgegeven door STERLAB waaruit blijkt dat de testinstelling voldoet aan de normen voor kwaliteitsborging;
b. gegevens waaruit blijkt dat de testinstelling volledige rechtspersoonlijkheid bezit.
2. Bij de aanvraag tot gelijkstelling met een erkende testinstelling moet als bijlage worden overgelegd een document waaruit blijkt dat de in een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen of in een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte gevestigde instelling door die lidstaat is erkend voor het testen van randapparatuur voor aansluiting op de telecommunicatie-infrastructuur in die Lidstaat.
3. Bij de aanvraag tot voorlopige erkenning als testinstelling moeten daarbij als bijlagen worden overgelegd:
a. gegevens waaruit blijkt dat deze volledige rechtspersoonlijkheid bezit;
b. een afschrift van de door de aanvrager bij STERLAB ingediende aanvraag voor certificatie;
c. een verklaring van STERLAB dat zij met het onderzoek van de onder b. bedoelde aanvraag is begonnen.
Een verklaring van conformiteit, bedoeld in artikel 7, vierde lid van het Besluit randapparatuur wordt opgesteld volgens het model opgenomen in bijlage 2behorend bij deze regeling.
Een aanvraag tot goedkeuring van randapparatuur voor aansluiting op de telecommunicatie-infrastructuur, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het Besluit randapparatuur dient te worden ingediend bij de Directeur volgens het model opgenomen in bijlage 3behorend bij deze regeling.
Een verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 9, vierde lid, van het Besluit randapparatuur wordt afgegeven volgens het model opgenomen in bijlage 4behorend bij deze regeling dan wel, indien het randapparatuur betreft die tevens een radio-elektrische inrichting is, volgens het model opgenomen in bijlage 5behorend bij deze regeling.
Het merk als bedoeld in artikel 9, zesde lid, van het Besluit randapparatuur is opgenomen in bijlage 6behorend bij deze regeling en dient te worden aangebracht volgens de in deze bijlage opgenomen aanwijzingen.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de inwerkingtreding van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen en kan worden aangehaald als: Uitvoeringsregeling randapparatuur.