Als diergeneeskundige instellingen of instellingen van wetenschap of onderzoek als bedoeld in de artikelen 30, tweede lid, onderdeel e, en 31, tweede lid, onderdeel e, van de wet worden aangewezen de instellingen welke en zoals zij zijn vermeld op de bij deze regeling behorende bijlage.
Als diergeneesmiddelen bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel e, van de wet worden aangewezen de diergeneesmiddelen bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Kanalisatieregeling diergeneesmiddelen en gemedicineerd voeder (Stcrt. 1986, 187).