Artikel 1
Voor de vaststelling van de pensioengrondslag, bedoeld in artikel 10 van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet(Stb. 1986, 360) wordt onder inkomen uit arbeid in beroep of bedrijf verstaan:
a. het ambtelijk inkomen, bedoeld in artikel C1 van de Algemene burgerlijke pensioenwet (Stb. 1986, 540);
b. het loon in de zin van de krachtens artikel 14, eerste en tweede lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (Stb. 1987, 89) gestelde regelen; dan wel
c. de netto-winst in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (Stb. 1964, 519); al naar gelang een zodanig inkomen werd genoten.
a. het ambtelijk inkomen, bedoeld in artikel C1 van de Algemene burgerlijke pensioenwet (Stb. 1986, 540);
b. het loon in de zin van de krachtens artikel 14, eerste en tweede lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (Stb. 1987, 89) gestelde regelen; dan wel
c. de netto-winst in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (Stb. 1964, 519); al naar gelang een zodanig inkomen werd genoten.