1. Voor de belanghebbende, behorende tot de directie of het docerend personeel wordt op 1 april 1985 een schaalsalaris vastgesteld in het carriërepatroon van de functie waarin hij wordt benoemd, dat zo dicht mogelijk ligt bij en ten minste gelijk is aan het salaris bij een normbetrekking dat voor hem op 31 maart 1985 gold. Het bepaalde in de artikelen B3, tweede lid, B4 tot en met B9 en B11 van het Besluit overgangsmaatregelen v.o. 1985 (Stb. 164) is van overeenkomstige toepassing.
2. Met inachtneming van het bepaalde in de artikelen C2 en met C5 van het Besluit overgangsmaatregelen v.o. 1985 en de
artikelen V-P1,
V-Q402en
V-R404 van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneelwordt voor de belanghebbende, behorend tot de directie of het docerend personeel, een uitzicht op salarisvaststelling na 31 maart 1985 vastgesteld volgens het schaalsalaris dat voor hem op 1 april 2000 zou hebben gegolden in de functie die hij op 31 maart 1985 vervulde volgens de op dat moment voor hem geldende rechtspositieregeling, voor zover dat schaalsalaris hoger zou zijn dan het hoogste bedrag in schaal 10. Het bepaalde in de artikelen C1, tweede tot en met vijfde lid, C2 en met C8 en D1 van het Besluit overgangsmaatregelen v.o. 1985 is van overeenkomstige toepassing.