Artikel 1
1. Dit besluit is uitsluitend van toepassing op de persoon wiens dagloon of grondslag, vermeerderd met het inkomen uit arbeid of overig inkomen anders dan de loondervingsuitkering op grond waarvan aanspraak op toeslag wordt gemaakt, minder bedraagt dan het voor hem van toepassing zijnde norminkomen, bedoeld in artikel 2 van de Toeslagenwet.
2. Het inkomen, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld zonder toepassing van artikel 7 van de Toeslagenwet.
3. Artikel 8a, tweede lid, van de Toeslagenwetis van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het dagloon, bedoeld in het eerste lid.
2. Het inkomen, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld zonder toepassing van artikel 7 van de Toeslagenwet.
3. Artikel 8a, tweede lid, van de Toeslagenwetis van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het dagloon, bedoeld in het eerste lid.