Voor het einde van iedere kalendermaand verstrekt de bedrijfsvereniging aan het AAF en het AOF op een door het AAF respectievelijk AOF aan te geven wijze een opgave van het totaal van de werkelijke bedragen, bedoeld in artikel 2, over de vorige maand en brengt deze bedragen:
a. indien deze zijn bepaald met toepassing van artikel 43, eerste lid, van de Invoeringswet, in mindering op de opgave van de werkelijke lasten van de AAW over de vorige kalendermaand, bedoeld in artikel 3, onderdeel c, van het besluit van de Sociale Verzekeringsraad van 27 juni 1984, nr. 84/4289 (Stcrt. 1984, 125);
b. indien deze zijn bepaald met toepassing van artikel 43, tweede lid, van de Invoeringswet, in mindering op de opgave van de werkelijke lasten van de WAO over de vorige kalendermaand, bedoeld in artikel 3, onderdeel f, van het besluit van de Sociale Verzekeringsraad van 27 juni 1984, nr. 84/4290 (Stcrt. 1984, 125 en 126).