1. De kosten van behandeling van een aanvraag tot afgifte van een duplikaat zijn gelijk aan die van behandeling van een aanvraag tot afgifte van een vaarbewijs.
2. Geen kosten worden berekend, indien het duplikaat uitsluitend dient om te voldoen aan het vereiste van overlegging van een vaarbewijs ter verkrijging van een volgend vaarbewijs als bedoeld in
artikel 4 van het Besluit vaarbewijzen binnenvaart(Stb. 1982, 623), dan wel, indien naar het redelijk oordeel van de directeur van de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, indien het een groot vaarbewijs betreft, dan wel naar het redelijk oordeel van de directeur van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB, indien het een klein vaarbewijs betreft, gelet op de bijzondere omstandigheden van het geval, berekening van kosten ongewenst is.