1. Besluiten tot het verlenen van vrijstelling, als bedoeld in artikel 3, alsmede nadere voorschriften vastgesteld krachtens verordening, bedoeld in artikel 2, behoeven de goedkeuring van de directeur-generaal Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
2. Van besluiten tot het verlenen van ontheffingen als bedoeld in artikel 3wordt mededeling gedaan aan genoemde directeur-generaal.
Het besluit van de staatssecretaris van Landbouw en Visserij van 19 juni 1984, nr. J 3514 (Stcrt. 122) tot vrijstelling van het bepaalde in artikel 7, tweede lid, van de Landbouwkwaliteitsbeschikking nadere voorschriften bloembollen (iris) alsmede van het bepaalde in artikel 7, tweede lid, van de Landbouwkwaliteitsbeschikking nadere voorschriften bloembollen (tulp) wordt ingetrokken.
1. Deze regeling wordt aangehaald als Landbouwkwaliteitsregeling delegatie bevoegdheden bloembollen.
2. Zij treedt in werking met ingang van 1 juni 1986.