1. De Advies-Commissie bevestigt aan de belanghebbende de ontvangst van het verzoek om een financiële compensatie onder mededeling van de te volgen procedure.
2. De Advies-Commissie stelt de belanghebbende of diens gemachtigde in de gelegenheid het verzoek toe te lichten. Van deze toelichting wordt een verslag opgemaakt. Dit verslag wordt aan de belanghebbende toegezonden.
3. De Advies-Commissie stelt binnen een maand na ontvangst van het ingediende verzoek om een financiële compensatie vast of er al dan niet sprake is van een causaal verband.
4. Indien de Advies-Commissie van oordeel is dat er geen sprake is van een causaal verband zoals omschreven in artikel 2 lid 3 onder sub amaakt zij hieromtrent een concept-advies op en legt dit binnen een maand na vaststelling van het ontbreken van een causaal verband zowel aan de belanghebbende a aan de Goedkeurings Commissie voor. De Advies-Commissie deelt indien niet binnen deze termijn een concept-advies opgemaakt kan worden, de belanghebbende gemotiveerd mede waarom deze termijn overschreden wordt en geeft daarbij tevens een termijn aan welke maximaal een maand zal bedragen waarbinnen in ieder geval de advisering zal plaatsvinden.
5. Indien de Advies-Commissie van oordeel is dat er sprake is van een causaal verband zoals omschreven in artikel 2 lid 3 onder sub astelt zij een advies op over de hoogte van het bedrag der financiële compensatie.
Daartoe maakt de Advies-Commissie gebruik van tot de Commissie behorende onafhankelijke taxateurs en stelt een taxatierapport op, inhoudende een advies aan de Goedkeurings Commissie.
6. De Advies-Commissie baseert zich bij de opstelling van het taxatierapport op:
1. de boeken en bescheiden, verstrekt door de belanghebbende;
2. verkregen gegevens uit de branche;
3. kennis en ervaring;
4. eigen waarneming;
5. het verslag als bedoeld in artikel 5, lid 2.
7. Alvorens de Advies-Commissie haar definitieve advies als bedoeld onder artikel 5, lid 5opstelt, maakt zij een concept-advies op. Dit concept wordt binnen een maand na vaststelling van het causaal verband zoals omschreven in artikel 2 lid 3 sub azowel aan de belanghebbende als aan de Goedkeurings Commissie voorgelegd. De Advies-Commissie deelt indien niet binnen deze termijn een concept-advies opgemaakt kan worden, de belanghebbende gemotiveerd mede waarom deze termijn overschreden wordt, en geeft daarbij tevens een termijn aan welke maximaal een maand zal bedragen waarbinnen in ieder geval de advisering zal plaatsvinden.
8. De belanghebbende en de Goedkeurings Commissie kunnen binnen een termijn van twee maanden na datum van verzending van het concept-advies als bedoeld in artikel 5, leden 4 en 7eventuele bezwaren ten aanzien van het gestelde in het concept-advies aan de Advies-Commissie toesturen.
9. Na het verstrijken van de onder artikel 5, lid 8genoemde termijn stelt de Advies-Commissie binnen een maand na kennis genomen te hebben van de ingekomen berichten van de belanghebbende en/of Goedkeurings Commissie een definitief advies op en stelt dit in handen van de Goedkeurings Commissie.
10. Indien de bezwaren ten aanzien van de inhoud van het concept-advies en/of de berichten inhoudende een akkoordverklaring (instemming met) ten aanzien van de inhoud van het concept-advies van zowel de belanghebbende als ook de Goedkeurings Commissie binnen de onder artikel 5, lid 8genoemde termijn, bij de Advies-Commissie zijn ontvangen, stelt de Advies-Commissie binnen een maand na kennis te hebben genomen van de ingekomen berichten een definitief advies op en stelt dit in handen van de Goedkeurings Commissie.