Artikel 1
De herziening van het aan een gehuwde pensioengerechtigde toegekende ouderdomspensioen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, in een ouderdomspensioen bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene Ouderdomswet, alsmede de intrekking van de aan de pensioengerechtigde toegekende toeslag vindt in afwijking van artikel 17, vierde lid, van de Algemene Ouderdomswetplaats met ingang van de dag waarop de echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswetheeft bereikt.