1. Het door burgemeester en wethouders en Gedeputeerde Staten ingevolge
artikel 42 van de wet, zoals dat luidde op 31 december 1999, uit te brengen verslag over de besteding van de uit de jaarlijkse bijdragen ontvangen gelden en over de stand van het stadsvernieuwingsfonds, is schriftelijk, wordt ingericht overeenkomstig de bij dit besluit behorende bijlage Ien vermeldt alle in die bijlage gevraagde gegevens.
2. Onze Minister kan nadere aanwijzingen geven ten aanzien van de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde gegevens moeten worden vermeld.
3. De accountantsverklaring, bedoeld in
artikel 42, tweede volzin, van de wet, zoals die volzin luidde op 31 december 1999, wordt opgesteld met inachtneming van de bij dit besluit behorende bijlage II. De verklaring gaat vergezeld van het rapport van bevindingen, bedoeld in punt 3 van het onderdeel, getiteld «Richtlijnen», van die bijlage, indien een zodanig rapport is opgesteld.
4. In een bijlage van of toelichting op het verslag vermelden burgemeester en wethouders en Gedeputeerde Staten al hetgeen zij nodig of nuttig achten voor een juiste beoordeling van het verslag.
5. Onze Minister kan een controle doen instellen op de gegevens die vermeld zijn in het verslag, bedoeld in het eerste lid.