Artikel 1
Met betrekking tot het uitvoeren van vluchten met militaire luchtvaartuigen binnen de plaatselijke verkeersleidingsgebieden rond militaire luchthavens moeten de volgende voorschriften worden nagekomen:
a. Het verkeerscircuit, de routering, de snelheid en de hoogte van vertrekkende en binnenkomende luchtvaartuigen moeten zodanig worden gekozen, dat het optreden van vermijdbare geluidhinder, met name in de bebouwde kommen en in de omgeving van bijzondere bebouwing, zoals ziekenhuizen en sanatoria, wordt voorkomen.
b. Een van de luchthaven opstijgend luchtvaartuig moet na de start zo snel mogelijk het startvermogen van de motor of motoren verminderen tot normaal klimvermogen en klimmen naar de voor het luchtvaartuig vastgestelde vlieghoogte.
c. Het aantal starts en doorstarts voor oefendoeleinden moet worden beperkt tot het, voor het verkrijgen dan wel het behouden van de vaardigheid door iedere individuele vlieger, noodzakelijk minimum.
d. Het overvliegen van de luchthaven beneden de voor het type luchtvaartuig vastgestelde verkeerscircuithoogte is niet toegestaan, tenzij door de commandant van de militaire luchthaven – om redenen van operationele aard, bijvoorbeeld in het kader van een onderdeelsoefening – anders is bepaald.
e. 1°. Het vliegen voor oefendoeleinden is voor militaire luchtvaartuigen niet toegestaan op werkdagen na 00.00 uur plaatselijke tijd tot 07.00 uur plaatselijke tijd of zoveel eerder als de uniforme daglichtperiode aanbreekt, en op vrijdagen vanaf 17.00 uur, zaterdagen, zondagen en algemeen erkende feestdagen.
2°. Het vliegen voor oefendoeleinden is voor militaire luchtvaartuigen, belast met de SAR-taak, niet toegestaan op werkdagen na 01.00 uur plaatselijke tijd tot 07.00 uur plaatselijke tijd of zoveel eerder als de uniforme daglichtperiode aanbreekt, en op zaterdagen, zondagen en algemeen erkende feestdagen.
1°. Het vliegen voor oefendoeleinden is voor militaire luchtvaartuigen niet toegestaan op werkdagen na 00.00 uur plaatselijke tijd tot 07.00 uur plaatselijke tijd of zoveel eerder als de uniforme daglichtperiode aanbreekt, en op vrijdagen vanaf 17.00 uur, zaterdagen, zondagen en algemeen erkende feestdagen.
2°. Het vliegen voor oefendoeleinden is voor militaire luchtvaartuigen, belast met de SAR-taak, niet toegestaan op werkdagen na 01.00 uur plaatselijke tijd tot 07.00 uur plaatselijke tijd of zoveel eerder als de uniforme daglichtperiode aanbreekt, en op zaterdagen, zondagen en algemeen erkende feestdagen.
f. 1°. Militaire luchtvaartuigen mogen na 22.00 uur plaatselijke tijd geen oefendoorstarts uitvoeren, met uitzondering van de militaire luchthaven Deelen waar militaire helikopters van 1 oktober tot 1 mei tot 22.30 uur plaatselijke tijd en van 1 mei tot 1 oktober tot 23.30 uur plaatselijke tijd oefendoorstarts mogen uitvoeren.
2°. Militaire luchtvaartuigen, belast met de SAR-taak, mogen na middernacht plaatselijke tijd geen oefendoorstarts uitvoeren.
1°. Militaire luchtvaartuigen mogen na 22.00 uur plaatselijke tijd geen oefendoorstarts uitvoeren, met uitzondering van de militaire luchthaven Deelen waar militaire helikopters van 1 oktober tot 1 mei tot 22.30 uur plaatselijke tijd en van 1 mei tot 1 oktober tot 23.30 uur plaatselijke tijd oefendoorstarts mogen uitvoeren.
2°. Militaire luchtvaartuigen, belast met de SAR-taak, mogen na middernacht plaatselijke tijd geen oefendoorstarts uitvoeren.
a. Het verkeerscircuit, de routering, de snelheid en de hoogte van vertrekkende en binnenkomende luchtvaartuigen moeten zodanig worden gekozen, dat het optreden van vermijdbare geluidhinder, met name in de bebouwde kommen en in de omgeving van bijzondere bebouwing, zoals ziekenhuizen en sanatoria, wordt voorkomen.
b. Een van de luchthaven opstijgend luchtvaartuig moet na de start zo snel mogelijk het startvermogen van de motor of motoren verminderen tot normaal klimvermogen en klimmen naar de voor het luchtvaartuig vastgestelde vlieghoogte.
c. Het aantal starts en doorstarts voor oefendoeleinden moet worden beperkt tot het, voor het verkrijgen dan wel het behouden van de vaardigheid door iedere individuele vlieger, noodzakelijk minimum.
d. Het overvliegen van de luchthaven beneden de voor het type luchtvaartuig vastgestelde verkeerscircuithoogte is niet toegestaan, tenzij door de commandant van de militaire luchthaven – om redenen van operationele aard, bijvoorbeeld in het kader van een onderdeelsoefening – anders is bepaald.
e. 1°. Het vliegen voor oefendoeleinden is voor militaire luchtvaartuigen niet toegestaan op werkdagen na 00.00 uur plaatselijke tijd tot 07.00 uur plaatselijke tijd of zoveel eerder als de uniforme daglichtperiode aanbreekt, en op vrijdagen vanaf 17.00 uur, zaterdagen, zondagen en algemeen erkende feestdagen.
2°. Het vliegen voor oefendoeleinden is voor militaire luchtvaartuigen, belast met de SAR-taak, niet toegestaan op werkdagen na 01.00 uur plaatselijke tijd tot 07.00 uur plaatselijke tijd of zoveel eerder als de uniforme daglichtperiode aanbreekt, en op zaterdagen, zondagen en algemeen erkende feestdagen.
1°. Het vliegen voor oefendoeleinden is voor militaire luchtvaartuigen niet toegestaan op werkdagen na 00.00 uur plaatselijke tijd tot 07.00 uur plaatselijke tijd of zoveel eerder als de uniforme daglichtperiode aanbreekt, en op vrijdagen vanaf 17.00 uur, zaterdagen, zondagen en algemeen erkende feestdagen.
2°. Het vliegen voor oefendoeleinden is voor militaire luchtvaartuigen, belast met de SAR-taak, niet toegestaan op werkdagen na 01.00 uur plaatselijke tijd tot 07.00 uur plaatselijke tijd of zoveel eerder als de uniforme daglichtperiode aanbreekt, en op zaterdagen, zondagen en algemeen erkende feestdagen.
f. 1°. Militaire luchtvaartuigen mogen na 22.00 uur plaatselijke tijd geen oefendoorstarts uitvoeren, met uitzondering van de militaire luchthaven Deelen waar militaire helikopters van 1 oktober tot 1 mei tot 22.30 uur plaatselijke tijd en van 1 mei tot 1 oktober tot 23.30 uur plaatselijke tijd oefendoorstarts mogen uitvoeren.
2°. Militaire luchtvaartuigen, belast met de SAR-taak, mogen na middernacht plaatselijke tijd geen oefendoorstarts uitvoeren.
1°. Militaire luchtvaartuigen mogen na 22.00 uur plaatselijke tijd geen oefendoorstarts uitvoeren, met uitzondering van de militaire luchthaven Deelen waar militaire helikopters van 1 oktober tot 1 mei tot 22.30 uur plaatselijke tijd en van 1 mei tot 1 oktober tot 23.30 uur plaatselijke tijd oefendoorstarts mogen uitvoeren.
2°. Militaire luchtvaartuigen, belast met de SAR-taak, mogen na middernacht plaatselijke tijd geen oefendoorstarts uitvoeren.