1. Het is verboden bestrijdingsmiddelen te gebruiken met behulp van een luchtvaartuig:
a. indien de windsnelheid op een hoogte 2 meter boven het te behandelen object ten tijde van de toepassing op enig moment een snelheid van vijf meter per seconde te boven gaat, of, indien een ultra low volume-formulering wordt toegepast, indien de windsnelheid aldaar ten tijde van de toepassing op enig moment een snelheid van vier meter per seconde te boven gaat;
b. indien de luchttemperatuur op 2 meter hoogte boven het object hoger is dan 25°C of bij een relatieve luchtvochtigheid van minder dan 50%;
c. op objecten, waarvan de langste rechte zijde korter is dan 100 meter en die kleiner zijn dan door Onze Minister van Landbouw en Visserij, in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer bepaalde minimum oppervlakte;
d. op boomgaarden, bossen en laanbomen;
e. op geringere dan door Onze Minister van Landbouw en Visserij, in overeenstemming met Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer te bepalen afstanden van beschermde natuurgebieden in de zin van de Natuurbeschermingswet (Stb. 1967, 572), bebouwde kommen, scholen, ziekenhuizen, bejaardentehuizen, alsmede van tuincomplexen, recreatieterreinen, met uitzondering van visplaatsen, zwembaden, kampeerplaatsen in de zin van de Kampeerwet (Stb. 1981, 372) en andere mensenverzamelingen;
f. indien daarbij hoger wordt gevlogen dan 3 meter boven het gewas, of, indien een ultra low volume-formulering wordt toegepast, indien daarbij hoger wordt gevlogen dan 4 meter boven het gewas.
2. Het is verboden bestrijdingsmiddelen met behulp van een luchtvaartuig te gebruiken, zodanig dat de gebruikte middelen buiten het te behandelen object geraken, tenzij de gebruiker aantoont, dat dit ook bij het meest zorgvuldige gebruik niet kon worden vermeden.
3. Onze Minister van Landbouw en Visserij kan, in overeenstemming met Onze Ministers van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Verkeer en Waterstaat, nadere regelen stellen omtrent de wijze waarop en de hulpmiddelen waarmee de toepassing van bestrijdingsmiddelen met behulp van luchtvaartuigen uitsluitend, dan wel niet mag worden uitgevoerd, alsmede met betrekking tot de wijze waarop de te behandelen objecten met het oog op de toepassing dienen te zijn bebakend.