Met betrekking tot het lijnvervoer, bedoeld in artikel 2, dient een administratie te worden gevoerd die ten minste inhoudt:
a. naam van de scheepvaartonderneming en van de lijn;
b. datum van instelling, wijziging of beëindiging van de lijndienst;
c. namen van de in de lijndienst gebruikte schepen en, voor zover gecharterde schepen worden gebruikt, de naam en de nationaliteit van de eigenaar;
d. de staat waarvan de in de lijndienst gebruikte schepen de vlag voeren;
e. omschrijving van het vaargebied;
f. voor zover van toepassing, lidmaatschap van een lijnvaartconference of deelconference, en de naam van deze conference;
g. scheepstypen (vrachtschip, containerschip of dergelijke);
h. de tonnages zoals die vermeld zijn in de bij het schip behorende meetbrief;
i. ladingcapaciteit en, voor zover van toepassing, de containercapaciteit;
j. data waarop de betreffende schepen uit een Nederlandse haven zijn vertrokken;
k. data van aankomst van de betreffende schepen in een Nederlandse haven.