1. Buitenlandse werknemers die toestemming hebben verkregen om in Nederland te verblijven teneinde hier te lande arbeid in loondienst te gaan verrichten en hun rechtmatig in Nederland verblijvende gezinsleden hebben recht op rechtsbijstand op de voet van de
Wet op de rechtsbijstand. Op hen is het bepaalde in
artikel 855, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvorderingniet van toepassing.
2. Werknemers en hun gezinsleden bedoeld in het eerste lid zijn vrijgesteld van het stellen van zekerheid, als bedoeld in de
artikelen 224,
353en
414 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.