Voor bos dat na inwerkingtreding van deze regeling is aangelegd, wordt vrijstelling van het bepaalde bij of krachtens de
artikelen 2en
3 van de wetverleend indien
het bos met ter voldoening aan de verplichting tot herbeplanting als bedoeld in artikel 3 van de wet is aangelegd;
voldaan is aan het bepaalde in de artikelen 3, eerste lid, en 4 van deze regeling.