Als ministers bedoeld in de artikelen 29, eerste lid, 32, derde lid, en 34, van de wet, worden aangewezen:
a. Onze Minister van Defensie;
b. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;
c. Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Als ministers bedoeld in artikel 30, eerste lid, onder b en d, en tweede lid, van de wet, worden aangewezen:
a. Onze Minister van Financiën;
b. Onze Minister van Defensie;
c. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;
d. Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.