1. Het bedrag van de ten laste van een provincie komende kosten die zijn verbonden aan de werkzaamheden welke de rijksbelastingdienst ten behoeve van de provincies verricht krachtens
artikel 152, derde lid, van de Provinciewet, wordt per kalenderjaar aan die provincie in rekening gebracht.
2. Als de aan een kalenderjaar toe te rekenen kosten wordt aangemerkt het evenredige deel van de aan de heffing en invordering van de motorrijtuigenbelasting verbonden kosten, zoals die door de Minister van Financiën voor dat jaar zijn vastgesteld.
3. Het in het eerste lid bedoelde kostenbedrag wordt verrekend met de opbrengst die betaalbaar wordt gesteld in de maand september na afloop van het kalenderjaar waarop dat kostenbedrag betrekking heeft.