Een ieder die lijnvervoerdiensten aanbiedt voor het vervoer van goederen per zeeschip:
a. tussen Nederland en Oost-Afrika (de landen Somalië, Kenia, Oeganda, Zambia, Tanzania en Mozambique)
b. tussen Nederland en Midden-Amerika (Oost- en Westkust, vanaf de Zuidmexicaanse grens tot en met Panama, de Caribische eilanden niet meebegrepen) dient voor dat vervoer de in de artikelen 3 en 4 van dit besluit omschreven administratie te voeren.
Met betrekking tot het lijnvervoer als genoemd in artikel 2dient een administratie te worden gevoerd die ten minste inhoudt:
a. naam van de scheepvaartonderneming en van de lijn;
b. datum van instelling, wijziging of beëindiging van de lijndienst;
c. namen van de in de lijndienst gebruikte schepen;
d. nationaliteit van de in de lijndienst gebruikte schepen, en de Staat waarvan de vlag wordt gevoerd;
e. scheepstypen (vrachtschip, containerschip, ro-ro-schip, lash-schip of dergelijke);
f. de tonnages zoals die vermeld zijn in de bij het schip behorende meetbrief;
g. ladingcapaciteit;
h. voor zover van toepassing: de containercapaciteit;
i. data waarop de betreffende schepen uit een Nederlandse haven zijn vertrokken.
j. data van aankomst van de betreffende schepen in een Nederlandse haven;
k. voor zover van toepassing: het lidmaatschap van een lijnvaartconference of deelconference, en de naam van deze conference.
met betrekking tot de in het in artikel 2bedoelde lijnvervoer vervoerde goederen dienen te worden geadministreerd:
a. de vervoerde hoeveelheid per goederensoort;
b. de aard van de goederen;
c. de per hoeveelheid goederen berekende vrachttarieven, waarbij toeslagen en kortingen in de vermelde tarieven dienen te worden verwerkt.