1. In gevallen, waarin ten behoeve van het drijven van handel in mengsels van water en alcohol of ten behoeve van het doen van leveringen van die mengsels het alcoholvolumegehalte of het alcoholmassagehalte wordt bepaald, moet bij die bepaling de methode, omschreven in het tweede lid, worden gevolgd.
2. De in het eerste lid bedoelde methode omvat de volgende verrichtingen:
a. een EEG-geijkte alcoholmeter of een zodanige areometer voor alcohol dan wel een daaraan gelijkwaardige alcoholmeter of areometer voor alcohol wordt in het betrokken mengsel van water en alcohol geplaatst en wordt afgelezen bij de temperatuur van dat mengsel;
b. bij of onmiddellijk volgende op de onder a bedoelde aflezing wordt de temperatuur van het betrokken mengsel van water en alcohol bepaald met behulp van de thermometer, die in de alcoholmeter of areometer voor alcohol is ingebouwd;
c. het alcoholvolumegehalte of het alcoholmassagehalte van het betrokken mengsel van water en alcohol wordt met behulp van de meetresultaten, verkregen bij de onder a en b bedoelde verrichtingen, afgeleid aan de hand van de formule, vermeld in punt 4 van de bijlage van de richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 juli 1976 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake alcoholtabellen, no. 76/766/EEG (Pb. E.G. L 262).
3. In afwijking van het tweede lid, onder b, mag bij gebruik van een alcoholmeter of van een areometer voor alcohol, zonder ingebouwde thermometer, voor de bepaling van de temperatuur van het mengsel van water en alcohol een losse thermometer worden gebezigd die aan de volgende voorschriften voldoet:
a. indien de losse thermometer wordt gebruikt in combinatie met een EEG-geijkte alcoholmeter of areometer voor alcohol van de door Onze Minister krachtens artikel 28, tweede lid, van het Algemeen EEG-IJkbesluit aangewezen nauwkeurigheidsklasse I, moet de thermometer hetzij een metaalweerstandsthermometer zijn met een maximaal toelaatbare fout in plus of min van 0,1 °C, hetzij een kwikthermometer die is voorzien van: 1°. schaaldelen van 0,1 °C of 0,05 °C, waarvan de minimale lengte 0,8 mm bedraagt,
2°. deelstrepen die niet dikker zijn dan een vijfde van de lengte van het schaaldeel,
3°. een deelstreep bij 0 °C, met een maximaal toelaatbare fout in plus of min van één schaaldeel;
1°. schaaldelen van 0,1 °C of 0,05 °C, waarvan de minimale lengte 0,8 mm bedraagt,
2°. deelstrepen die niet dikker zijn dan een vijfde van de lengte van het schaaldeel,
3°. een deelstreep bij 0 °C,
b. indien de losse thermometer wordt gebruikt in combinatie met een alcoholmeter of een areometer voor alcohol, anders dan die bedoeld onder a, moet de thermometer een glazen kwikthermometer zijn, waarvan de schaalverdeling zich uitstrekt tot 0 °C en is voorzien van: 1°. schaaldelen van 0,1 °C of 0,2 °C, waarvan de minimale lengte 0,8 mm bedraagt of schaaldelen van 0,5 °C, waarvan de minimale lengte 1 mm bedraagt,
2°. deelstrepen die niet dikker zijn dan een vijfde van de lengte van het schaaldeel,
1°. schaaldelen van 0,1 °C of 0,2 °C, waarvan de minimale lengte 0,8 mm bedraagt of schaaldelen van 0,5 °C, waarvan de minimale lengte 1 mm bedraagt,
2°. deelstrepen die niet dikker zijn dan een vijfde van de lengte van het schaaldeel,
met een maximaal toelaatbare fout in plus of min van 0,1 °C, indien de thermometer schaaldelen heeft van 0,1 °C, of 0,2 °C, indien de thermometer schaaldelen heeft van 0,2°C of 0,5°C.