Door Onze Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne worden voor benoeming tot lid van de Commissie aan Ons voorgedragen:
2 vertegenwoordigers aan te wijzen door de Consumentenbond te 's-Gravenhage;
1 vertegenwoordiger aan te wijzen door het Konsumenten Kontakt te Rijswijk;
2 vertegenwoordigers aan te wijzen door de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde;
6 vertegenwoordigers aan te wijzen door het Produktschap Vee en Vlees;
1 vertegenwoordiger aan te wijzen door het Landbouwschap;
2 vertegenwoordigers aan te wijzen door het Produktschap voor Pluimvee en Eieren;
1 vertegenwoordiger aan te wijzen door het Produktschap voor Veevoeder.
De leden van de Commissie worden door Ons voor de tijd van vijf jaar benoemd en kunnen door Ons worden geschorst en ontslagen. Na het verstrijken van de tijd waarvoor zij zijn benoemd kunnen zij opnieuw worden benoemd.
1. Tot adviserend lid van de Commissie kunnen Onze Ministers van Volksgezondheid en Milieuhygiëne en van Landbouw en Visserij ieder vijf vertegenwoordigers aanwijzen en kunnen Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en van Economische Zaken ieder één vertegenwoordiger aanwijzen.
2. Onze Ministers, bedoeld in het vorige lid, kunnen voor elk adviserend lid een plaatsvervangend lid aanwijzen.
1. De voorzitter belegt, met inachtneming van de daaromtrent door de Commissie te nemen besluiten, de vergaderingen zo dikwijls hij dit nodig oordeelt. Hij bepaalt tijd en plaats van de vergadering.
2. De Commissie wordt tevens bijeengeroepen indien ten minste drie leden een daartoe strekkend, schriftelijk en met redenen omkleed verzoek bij de voorzitter indienen.
3. Een vergadering belegd naar aanleiding van een verzoek als bedoeld in het voorgaande lid wordt gehouden binnen één maand nadat het verzoek bij de voorzitter is binnengekomen.
4. Onze Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne wijst in overeenstemming met Onze Ministers van Landbouw en Visserij, van Binnenlandse Zaken en van Economische Zaken een van de adviserende leden aan die de voorzitter bij diens afwezigheid vervangt.
De secretaris draagt zorg voor toezending aan de leden van de agenda en de overige voor de vergadering bestemde stukken, tenminste 14 dagen voor de vergadering.
1. De Commissie stemt over personen schriftelijk en over zaken mondeling.
2. Geen besluiten worden genomen, indien niet ten minste de helft van de leden aanwezig is. Alsdan wordt binnen één maand een nieuwe vergadering uitgeschreven. In deze vergadering kunnen besluiten worden genomen, ongeacht het aantal leden, dat aanwezig is.
In spoedeisende gevallen kan gehandeld worden overeenkomstig de in artikel 15, eerste lid, vermelde procedure.
3. De uitslag van een stemming wordt bepaald door de volstrekte meerderheid der uitgebrachte geldige stemmen.
Blanco-stemmen of stemonthoudingen worden als ongeldig beschouwd.
4. Bij staking van stemmen over zaken wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.
Bij staking van stemmen over personen wordt het voorstel op de agenda van de volgende vergadering geplaatst. Indien de stemmen dan andermaal staken, beslist het lot.
1. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter een ontwerp-advies schriftelijk aan de leden van de Commissie doen toekomen. Indien binnen veertien dagen na de datum van verzending geen schriftelijk bericht van bezwaar tegen het ontwerp van enig lid is ontvangen, wordt het ontwerp geacht door de Commissie te zijn aangenomen.
2. Indien enig ingebracht bezwaar niet zonder wijziging van de inhoud van het ontwerp-advies in persoonlijk overleg kan worden weggenomen, moet het ontwerp in de eerstvolgende vergadering van de Commissie worden behandeld, tenzij de zaak waarop het ontwerp-advies betrekking heeft, zo spoedeisend is dat zulks niet kan worden afgewacht.
3. In een geval als bedoeld aan het slot van het tweede lid wordt geen advies uitgebracht. De voorzitter doet hiervan onverwijld mededeling aan Onze betrokken minister indien het ontwerp-advies was opgesteld naar aanleiding van een verzoek om advies.
1. De secretaris draagt zorg, dat een ontwerp van een verslag van elke vergadering wordt opgemaakt. Hij zendt het ontwerp zo spoedig mogelijk aan de leden toe.
2. De voorzitter doet het ontwerp-verslag ter vaststelling plaatsen op de agenda voor de eerstvolgende vergadering na het tijdstip, waarop het aan de leden is toegezonden.
De voorzitter is gemachtigd, namens de Commissie die zaken af te doen, die naar zijn oordeel niet het beleid van de Commissie betreffen. De voorzitter brengt de afdoening van zaken als bedoeld in de vorige volzin in de eerstvolgende vergadering ter kennis van de Commissie.
Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de Commissie geschiedt met inachtneming van de bepalingen van het Besluit post- en archiefzaken rijksadministratie 1950 (K425) op overeenkomstige wijze als bij het Departement van Volksgezondheid en Milieuhygiëne. De bescheiden worden bij opheffing van de Commissie in het Centraal Oud Archief van dit departement opgenomen.