Deze regeling geldt ten aanzien van balgen-, rotor- en schoepenradgasmeters als nader omschreven in hoofdstuk II, punt 1 en hoofdstuk III, punten 1.1 en 1.2 van de bij deze regeling behorende bijlage.
De bepalingen van de bij deze regeling behorende bijlage moeten in acht genomen worden:
a. bij het aanvragen en het verrichten van het onderzoek tot EEG-modelgoedkeuring en bij de eerste EEG-ijk;
b. bij de herkeuring en bij het onderzoek, bedoeld in artikel 16, eerste lid, of 29c van de wet, van balgen-, rotor- en schoepenradgasmeters, die EEG-geijkte meetmiddelen zijn of kennelijk EEG-geijkte meetmiddelen zijn geweest;
c. bij het onderzoek, bedoeld in artikel 16, eerste lid, of 29c van de wet, van balgen-, rotor- en schoepenradgasmeters, die voldoen aan het bepaalde in artikel 25, eerste lid, van het Algemeen EEG-IJkbesluit (Stb. 1978, 168) maar ingevolge het tweede lid van dat artikel niet als EEG-geijkte meetmiddelen worden aangemerkt.
1. Deze beschikking wordt in de Staatscourant bekendgemaakt.
2. Zij treedt in werking op het tijdstip waarop het Algemeen EEG-IJkbesluitin werking treedt.