De bepalingen van de bij deze regeling behorende bijlage moeten in acht genomen worden:
a. bij het onderzoek tot EEG-modelgoedkeuring en bij de eerste EEG-ijk;
b. bij de herkeuring en bij het onderzoek, bedoeld in artikel 16, eerste lid, of 29c van de wet, van korenschalen, die EEG-geijkte meetmiddelen zijn of kennelijk EEG-geijkte meetmiddelen zijn geweest;
c. bij het onderzoek, bedoeld in artikel 16, eerste lid, of 29c van de wet, van korenschalen, die voldoen aan het bepaalde in artikel 25, eerste lid, van het Algemeen EEG-IJkbesluit (Stb. 1978, 168), maar ingevolge het tweede lid van dat artikel niet als EEG-geijkte meetmiddelen worden aangemerkt.
In het certificaat van EEG-modelgoedkeuring van het model van een korenschaal worden gegevens opgenomen met betrekking tot de wijze van gebruik van naar dat model vervaardigde korenschalen.
1. Deze beschikking wordt in de Staatscourant bekendgemaakt.
2. Zij treedt in werking op het tijdstip waarop het Algemeen EEG-IJkbesluitin werking treedt.