Artikel 1
1. De interest, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Wet van 22 mei 1845 (Stb. 22), is gelijk aan de wettelijke rente, vastgesteld in het Koninklijk besluit van 18 januari 1971 (Stb. 27) – laatstelijk gewijzigd bij het Koninklijk besluit van 19 maart 1976 (Stb. 139) –. De interest die loopt op het tijdstip van inwerkingtreding van een nieuwe bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde rentevoet, wordt met ingang van dat tijdstip volgens de nieuwe rentevoet berekend.
2. Interest wordt berekend vanaf de laatste vervaldag tot aan het tijdstip van betaling. Een maand wordt hierbij op 30 dagen gesteld en een jaar op 360 dagen.
3. Als tijdstip van betaling wordt bij betaling per giro de datum van afrekening van de girodienst aangemerkt.
2. Interest wordt berekend vanaf de laatste vervaldag tot aan het tijdstip van betaling. Een maand wordt hierbij op 30 dagen gesteld en een jaar op 360 dagen.
3. Als tijdstip van betaling wordt bij betaling per giro de datum van afrekening van de girodienst aangemerkt.