Artikel 1
Aan de bestuurders van motorrijtuigen, welke gewoonlijk zijn gestald in:
a. België;
b. Bondsrepubliek Duitsland, met inbegrip van het Land Berlijn;
c. Denemarken;
d. Duitse Democratische Republiek;
e. Finland;
f. Frankrijk en Monaco;
g. Hongarije;
h. Ierland;
i. Italië, San Marino en Vaticaanstad;
j. Luxemburg;
k. Noorwegen;
l. Oostenrijk;
m. Tsjechoslowakije;
n. Verenigd Koninkrijk en Groot-Brittannië en Noord-Ierland, de Kanaal-Ellanden en het eiland Man, met uitzondering van Gibraltar;
o. Zweden;
p. Zwitserland en Liechtenstein wordt, behoudens het bepaalde in artikel 2, ontheffing verleend van de verplichting een bewijs van verzekering bij zich te hebben.
a. België;
b. Bondsrepubliek Duitsland, met inbegrip van het Land Berlijn;
c. Denemarken;
d. Duitse Democratische Republiek;
e. Finland;
f. Frankrijk en Monaco;
g. Hongarije;
h. Ierland;
i. Italië, San Marino en Vaticaanstad;
j. Luxemburg;
k. Noorwegen;
l. Oostenrijk;
m. Tsjechoslowakije;
n. Verenigd Koninkrijk en Groot-Brittannië en Noord-Ierland, de Kanaal-Ellanden en het eiland Man, met uitzondering van Gibraltar;
o. Zweden;
p. Zwitserland en Liechtenstein wordt, behoudens het bepaalde in artikel 2, ontheffing verleend van de verplichting een bewijs van verzekering bij zich te hebben.