Met betrekking tot het in mindering brengen op de tegemoetkoming van een uitkering in de vorm van een geldsom of van een periodieke uitkering, welke de belanghebbende in verband met het beëindigen van zijn arbeidsverhouding van zijn gewezen werkgever ontvangt, zijn de krachtens de
Wet Werkloosheidsvoorzieningte dien aanzien gestelde regelen van overeenkomstige toepassing.