1. In afwijking van het bepaalde in artikel 6, vierde lidkunnen Gedeputeerde Staten de eigendom, het beheer en het onderhoud toewijzen aan een rechtspersoon, niet zijnde een openbaar lichaam, voor zover deze ook voor het in werking treden van deze wet, de eigendom, het beheer en het onderhoud had.
2. Alvorens te besluiten horen Gedeputeerde Staten de in het vierde lid van artikel 6bedoelde openbare lichamen en de in het eerste lid bedoelde rechtspersonen.
3. De eigendom, het beheer en het onderhoud kunnen niet aan het Rijk worden toegewezen of onttrokken dan onder goedkeuring van Onze betrokken Minister.
4. Gedeputeerde Staten zenden een afschrift van hun besluit aan belanghebbende openbare lichamen, aan het beheerslichaam en ter overschrijving in de openbare registers aan de hypotheekbewaarder, wie het aangaat.
5. Binnen een maand na de kennisgeving staat de in het vierde lid bedoelde openbare lichamen beroep bij Ons open.
6. Onze Minister van Landbouw en Visserij zendt een afschrift van Ons besluit aan het beheerslichaam en ter overschrijving in de openbare registers aan de hypotheekbewaarder, wie het aangaat.
7. Voor zover het openbaar lichaam voorheen niet was belast met het beheer en het onderhoud van wegen, waterlopen en waterkeringen met de daartoe behorende kunstwerken gaan in afwijking van het bepaalde in de
artikelen 1 en 2 van de Waterstaatswet1990 en de
artikelen 18a,
19en
20 van de Wegenwethet beheer en het onderhoud over door het enkele feit van aanwijzing in beheer en onderhoud.
8. Wegen, waterlopen en waterkeringen met de daartoe behorende kunstwerken, die zijn opgenomen in het plan van wegen en waterlopen, worden met ingang van de datum van het in het tweede lid van artikel 6bedoelde besluit beschouwd als in eigendom, beheer en onderhoud aan de provincie toe te komen, zolang Gedeputeerde Staten nog geen besluit hebben genomen betreffende de eigendom, beheer en onderhoud.