Bekend te maken:
dat door de Minister van Verkeer en Waterstaat behalve de typen van autogordels die voldoen aan het bepaalde onder B van de hier voor genoemde beschikking van 29 mei 1970, nr. RV 30619, tevens tot wederopzegging zullen worden goedgekeurd de typen van autogordels:
1. ten aanzien waarvan door het bevoegde gezag van één der landen, die het onder A bedoelde verdrag hebben geratificeerd of tot dit verdrag zijn toegetreden en het bij dit verdrag behorende reglement nr. 16 toepassen, reeds goedkeuring werd verleend, of
2. ten aanzien waarvan wordt overgelegd een verklaring van een door de Minister aangewezen keuringsinstantie, inhoudende, dat het type aan de onder A gestelde eisen voldoet, mits: a. het product is vervaardigd door of ten behoeve van een aanvrager, die het product onder zijn eigen fabrieks- of handelsnaam in de handel brengt, en
b. de aanvrager tevens is gevestigd of woonachtig is in: 1. Nederland of
2. een land, dat het desbetreffende keuringsreglement niet toepast, of
3. een land, dat het desbetreffende keuringsreglement eveneens toepast, indien een verklaring wordt overgelegd van de instantie in dat land, bij welke de bevoegdheid tot het verlenen van de goedkeuring berust, waaruit blijkt, dat tegen het verlenen van goedkeuring in Nederland geen bezwaar bestaat;
1. Nederland of
2. een land, dat het desbetreffende keuringsreglement niet toepast, of
3. een land, dat het desbetreffende keuringsreglement eveneens toepast, indien een verklaring wordt overgelegd van de instantie in dat land, bij welke de bevoegdheid tot het verlenen van de goedkeuring berust, waaruit blijkt, dat tegen het verlenen van goedkeuring in Nederland geen bezwaar bestaat;
a. het product is vervaardigd door of ten behoeve van een aanvrager, die het product onder zijn eigen fabrieks- of handelsnaam in de handel brengt, en
b. de aanvrager tevens is gevestigd of woonachtig is in: 1. Nederland of
2. een land, dat het desbetreffende keuringsreglement niet toepast, of
3. een land, dat het desbetreffende keuringsreglement eveneens toepast, indien een verklaring wordt overgelegd van de instantie in dat land, bij welke de bevoegdheid tot het verlenen van de goedkeuring berust, waaruit blijkt, dat tegen het verlenen van goedkeuring in Nederland geen bezwaar bestaat;
1. Nederland of
2. een land, dat het desbetreffende keuringsreglement niet toepast, of
3. een land, dat het desbetreffende keuringsreglement eveneens toepast, indien een verklaring wordt overgelegd van de instantie in dat land, bij welke de bevoegdheid tot het verlenen van de goedkeuring berust, waaruit blijkt, dat tegen het verlenen van goedkeuring in Nederland geen bezwaar bestaat;
dat de procedure omtrent de uitvoering van de keuringen nader zal worden geregeld bij door de Minister van Verkeer en Waterstaat vast te stellen administratieve bepalingen.